Zelfbeschadiging

Wat is opzettelijke zelfbeschadiging?

In de meest brede definitie houdt zelfbeschadigend gedrag in: ‘alle gedragingen waarbij opzettelijk fysiek of psychisch letsel wordt toegebracht aan het eigen lichaam’ (Nock, 2010). Dit wordt
opzettelijke zelfbeschadiging, ook wel deliberate selfharm (DSH), genoemd. Opzettelijke zelfbeschadiging wordt in de DSM-IV-TR niet als stoornis gedefinieerd, maar gezien als symptoom van een (borderline) persoonlijkheidsstoornis of een posttraumatische stressstoornis. In dit document beschouwen we zelfbeschadigend gedrag echter niet zozeer als een specifiek onderdeel van een gediagnosticeerde psychische stoornis.

Opzettelijke zelfbeschadiging kan onderscheiden worden in suïcidaal en non-suïcidaal zelfbeschadigend gedrag (NSSI). Bij een suïcidepoging heeft het gedrag als doel om een einde aan het leven te maken terwijl bij NSSI de handeling het doel op zich is en er geen intentie is om te overlijden (Nock, 2010). De meest voorkomende vorm van NSSI is het snijden of krassen in de huid, voornamelijk in de armen, benen en buik. Maar ook het branden van de huid en hoofdbonken zijn veelvoorkomende vormen van NSSI. Veelal wordt door een persoon meerdere vormen van zelfbeschadiging gebruikt (Klonsky & Muehlenkamp, 2007; Nock, 2010).
De focus ligt in dit document voornamelijk op NSSI, terwijl in de literatuur veelal de bredere definitie van opzettelijke zelfbeschadiging wordt gebruikt, waaronder ook suïcidaal gedrag. Volgens De Wilde, Spierings en Nijon (2012) kan worden aangenomen dat er een sterke relatie is tussen NSSI
en suïcide(pogingen) vanwege gelijke risicofactoren. Voor het leesgemak zal in dit document dan ook
gesproken worden over zelfbeschadigend gedrag.

Risicofactoren


De adolescentie is een periode waarin het risico op zelfbeschadigend gedrag het hoogst is, gedurende deze periode worden de hoogste prevalentiecijfers gevonden. Zelfbeschadiging begint vaak tussen het 12e en 14e levensjaar (Nock, 2010). De gedachte aan zelfbeschadiging treedt veelal op wanneer iemand alleen is en negatieve gedachten of gevoelens ervaart, zoals het terugdenken aan een nare herinnering of zich angstig of boos voelen (Nock, 2010). Uit onderzoek blijkt dat mensen die zichzelf beschadigen vaak beperkte probleemoplossende vaardigheden en een rigide manier van denken hebben (Muehlenkamp, 2006; Nock, 2010).

Alhoewel een oorzakelijke relatie niet bekend is, noemen verschillende studies een aantal risicofactoren waarvoor een verband is gevonden met zelfbeschadigend gedrag (Klonsky & Muehlenkamp, 2007; Ougrin, Tranah, Leigh, Taylor & Asarnow, 2012; De Wilde et al., 2012):


Algemene psychologische factoren
- negatief temperament;
- verstoorde regulatie van emoties;
- gebrek aan zelfwaardering;
- gebrek aan zelfvertrouwen;
- perfectionisme;
- impulsiviteit.


Psychiatrische problematiek
- (borderline) persoonlijkheidsstoornis;
- angst of depressie;
- eetstoornissen;
- middelengebruik of -verslaving.


Sociale factoren
- seksueel misbruik als kind;
- ervaringen van zelfbeschadigend gedrag in het gezin;
- andere stressvolle ervaringen als echtscheiding van ouders, gepest worden, sterfgeval.

 

Ontleend aan: NJI

 

Bronnen over dit thema:

 

 

Rapporten:

Future Directions for the Study of Suicide and Self-Injury / Matthew Nock: download

Klinische les zelfbeschadigend gedrag: download

 

Boeken:

Hoe krijg ik grip op zelfbeschadiging?
meer inzicht door opdrachten en oefeningen 
Lawrence E. Shapiro

Zelfbeschadiging
Zelfverwonding begrijpen en overwinnen
Steven Levenkron

Vrouwen en zelfbeschadiging
Zelfverminking begrijpen, ermee omgaan, ervan herstellen
Gerrilyn Smith, Dee Cox en Jacqui Saradjian

Links:

Landelijke Stichting Zelfbeschadiging

Proud2bme

Korrelatie