Multiple Complex Developmental Disorder (MCDD)

(Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen)

Algemene omschrijving

MCDD wordt beschouwd als een variant van het autisme. De kern van de problematiek ligt echter minder op het terrein van de sociale contacten; voor een kind met MCDD is vooral het reguleren van gedachten en emoties een probleem.
Het kind is minder goed in staat zijn innerlijke gemoedsgesteldheid in evenwicht te houden en onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid.
Kinderen met MCDD proberen wel contact te maken met anderen, maar ze missen vaak het vermogen sociale verhoudingen goed te doorzien.
In de geborgenheid en veiligheid van individuele contacten met volwassenen kunnen ze veelal redelijk functioneren. Het gaat mis zodra de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt. Op het schoolplein, in de winkel, op het verjaardagspartijtje, op het familiefeest ontsporen deze kinderen heel snel, en ze reageren dan met angst of woede.

Kenmerken en diagnose

De symptomen van MCDD zijn te verdelen in drie groepen.

  1. Stoornissen in de regulatie van affecten
    • intense angst of gespannenheid
    • vreesachtigheid of fobie (ziekelijke vrees), meestal voor ongebruikelijke situaties of voorwerpen
    • paniekaanvallen of ‘overspoeld worden door primitieve angsten’
    • momenten of periodes van gedragsmatige terugval met driftbuien of primitieve woedeaanvallen
    • uitgesproken emotionele en stemmingsschommelingen zonder duidelijk aanwijsbare aanleiding
    • frequente oninvoelbare, bizarre angstreacties

  2. Stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en stoornissen in het sociale gedrag in relatie tot leeftijdgenoten en volwassenen
    • sociale desinteresse, vermijding van sociale contacten of juist grenzeloze contactname, ondanks aanwezige sociale vaardigheden
    • ontbreken van bestendige relaties met leeftijdgenoten
    • aanklampende ‘haat-liefderelaties’, met name met volwassenen (in het bijzonder ouders/primaire verzorgers)
    • diep gebrek aan empathie en het vermogen om zich te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van anderen

  3. Stoornissen van het denken
    • onlogische gedachtegang of plotselinge onnavolgbare gedachtesprongen (magisch denken, neologismen, bizarre gedachten)
    • verwarring tussen fantasie en realiteit
    • gemakkelijk verward raken (moeite met het begrijpen van wat er om hen heen gebeurt)
    • overwaardige gedachten (grootheidsideeën, verhoogde achterdocht, overgeïnvolveerd raken in fantasiefiguren, imaginaire vrienden)
De diagnose MCDD wordt gesteld door een kinder- en jeugdpsychiater die de voorgeschiedenis bij de ouders uitvraagt, met het kind praat en informatie van andere hulpverleners bestudeert.

Aanpak en therapie

Een kind met MCDD blijft doorgaans in behandeling bij de kinder- en jeugdpsychiater, omdat de ouders vaak dringend behoefte hebben aan de steun van een deskundige. Er is helaas geen therapie die de stoornis opheft. De behandeling is gericht op het geven van structuur, het voorkómen en dempen van de angsten en het bevorderen van een gezonde ontwikkeling. Medicatie kan nodig zijn om de angst onder controle te houden of om te proberen een psychotische ontwikkeling te voorkomen.