Hair

Milos Forman (VS/DU, 1979) 


Pingpongballen De hippiefilm ‘Hair’ legt vele kloven bloot: een generatiekloof, een opiniekloof en een geografische kloof. De plattelandsjongen Claude (John Savage) loopt tegen alle kloven aan. Hij verlaat zijn ouderlijk huis om naar de grote stad New York te gaan. Hij is opgeroepen door het Amerikaanse leger om te dienen in de Vietnamoorlog. Hij heeft er een goed gevoel over: vechten voor zijn land, een eer en plicht van iedere burger. Maar eerst heeft hij nog een paar dagen om de grote stad te bekijken. Zijn vader waarschuwde hem nog:

‘Hier heb je vijftig dollar voor het geval je in de problemen komt.’

Het is waarschijnlijk zijn manier om te zeggen dat hij zijn zoon zal missen en van hem houdt. Naast dat vader natuurlijk waarschuwt voor de gevaarlijke wereld daar ver weg. En terecht, zo blijkt. Claude komt al snel in aanraking met een groep hippies. Zij voelen niets voor vechten voor eigen land, hebben niets met eer en plicht. Zij bedrijven liever de liefde, in plaats van oorlog voeren. Claude kijkt met grote ogen naar ze. Zeker na zijn eerste kennismaking met hasj. Ogen zo groot als pingpongballen. 

Geografische kloof
Zoals veel jongeren verlaat Claude het platteland om naar de grote stad te gaan. Hij moet op eigen benen staan en loopt tegen allerlei nieuws op. Zoals drugs en vernieuwende ideeën. Claude houdt redelijk vast aan zijn eigen standpunten, maar leert wel dat zijn nieuwe vriendenclub niet zo asociaal is als hij aanvankelijk dacht. Berger (Treat Williams), Woof (Don Dacus), LaFayette ‘Hud’ (Dorsey Wright) en Jeannie (Annie Golden) maken Claude losser. Zijn aanvankelijke wantrouwen ontdooit. De vrienden helpen hem zelfs om in contact te komen met de rijke Sheila (Beverly D’Angelo), waarop hij heimelijk verliefd is. Op hun eigen vrijmoedige wijze gaan ze naar het chique feest van Sheila’s familie. Ze worden daar na een tijdje weggestuurd, maar de charismatische Berger laat zich niet zomaar als oud vuil buiten de deur zetten. Hij is ook iemand, net zoals de opgedirkte piefen op het feest. Hij stapt op de rijk bedekte tafel en zingt:

‘I got life, mother
I got laughs, sister
I got freedom, brother
I got good times, man
I got crazy ways, daughter
I got million dollar charm, cousin
I got headaches
And toothaches
And bad times too, like you’

En dan danst hij de glazen en schalen van tafel.
Sheila kan het stiekem wel waarderen, maar bevindt zich in een andere wereld. Deze lijkt net zo ver af te liggen van de hippiegroep als het Oklahoma van Claude. 

Generatie- en opiniekloof 
Claude en Sheila horen nog enigszins bij de oudere generatie, terwijl Berger en zijn groep zich daartegen afzet. Ze verzetten zich tegen het materialisme, de beklemmende regels, sociaal onrecht en tegen de Vietnamoorlog. Ze leven zonder geld, maar met liefde en lang haar. Wanneer Berger bij zijn ouders komt om geld te vragen, zegt zijn vader boos:

‘Als je geld nodig hebt, zoek je maar een baan.’

Daarna oppert vader nog een ruilhandel van haren knippen voor geld. Gelukkig voor Berger geeft zijn moeder hem zonder tegenprestatie geld en kan hij zijn wilde haren behouden. Toch is de hippietijd meer dan vrije seks en lang haar. Er zitten wel degelijk ideeën achter. In die zin is de film ook niet verouderd. Nog steeds zetten groepen mensen vraagtekens bij overmatige consumptie en oorlogen.

Harteloos 
De Vietnamoorlog is volgens Bergers groep een harteloze oorlog. Dienstplicht vinden ze onzin.

‘Dienstplicht is dat blanken zwarten sturen om met de gelen te vechten om
een land te verdedigen dat van roodhuiden is gestolen.’

Maar ook Claude’s keuze wordt gerespecteerd. En de film staat daarbij niet kritiekloos tegenover de hippiegroep zelf. Dat blijkt vooral uit het indringende lied van de vrouw van Hud. Ze staat daar met hun zoontje en vraagt zich af waarom hij haar in de steek heeft gelaten, waarom hij zo harteloos kan zijn. Dat het makkelijk is om hard te zijn, trots te doen, nee te zeggen. Ze zingt:

‘How can people be so heartless
You know I’m hung up on you
Easy to give in
Easy to help out

Especially people
Who care about strangers
Who care about evil
And social injustice
Do you only care about the bleeding crowd?
How about a needing friend?
I need a friend’

Je bekommeren om de bloedende massa, maar niet om mensen dichtbij. Dat blijkt soms een lastig evenwicht. Strijden voor iets groters en tegelijkertijd oog houden voor je directe omgeving. Uiteindelijk komt het met dat stuk in de film redelijk goed, ze gaan namelijk met z’n allen op reis in een cabriolet: laat de zonneschijn maar binnen. Daar had deze vrolijke musicalfilm kunnen eindigen. Maar dat doet de film niet. Hij eindigt dramatisch. Nog dramatischer dan de oorspronkelijke musical uit 1969 waarop de film gebaseerd is, want daarin sneuvelt Claude. Ook rot, maar misschien makkelijker te verhapstukken dan Berger. Claude wilde tenslotte zelf in het leger. In de film gaat uiteindelijk Berger, na een ludieke ruilactie om zijn vriend te helpen, naar Vietnam. Het komt hem duur te staan. Als kijker houd je je ogen moeilijk droog. De muziek helpt daar natuurlijk ook niet bij. Het voelt harteloos.
Gelukkig heeft de film in zijn totaliteit juist een groot hart, hij is warm en vrolijk en de muziek blijft aanstekelijk. De film geeft een tijdsbeeld weer, maar overstijgt die ook. Het is een film die laat zien hoe je als jong mens opgroeit tussen verschillende werelden, hoe je een eigen mening moet leren vormen, een eigen weg moet vinden, uitzoeken bij wie je aansluiting vindt en tegen wie je je af moet zetten. Een film van alle tijden dus.
 

Casus uit: 'Casussen voor de therapeutische praktijk. 99 boeken en films' van Marieke Nijmanting,
ISBN 9789088502545 © 2012 B.V. Uitgeverij SWP Amsterdam