Sjakie en de chocoladefabriek

 


 
Roald Dahl (1994) 
Vertaling Harriёt Freezer, Uitgeverij De Fontein. Oorspronkelijke titel: Charlie and the Chocolate Factory (1964)
 
 
Meer-meer-meer
Wie kent dit boek niet? En de twee films natuurlijk, die van Mel Stuart (1971) en die van Tim Burton (2005). Het zijn klassiekers. De aandacht wordt meestal gericht op Sjakie en Willie Wonka, maar het boek (en de films) gaat ook zeker over verwende kinderen en hun verslavingen. Ze willen meer meer meer, met als ultiem hoogtepunt de chocoladefabriek van Willie Wonka. Sjakie en z’n familie nemen we het niet kwalijk. Sjakie is heel bescheiden, op het saaie af en zijn familie is arm maar warm. In hun kleine huisje met te weinig bedden. Dus dat zij een Gouden Toegangskaart vinden en met de wedstrijd mee mogen doen is prima, we gunnen het de onopvallende jongen met z’n opa. Nee, dan die andere winnaars… die verwende apen met hun meer-meer-meer-instelling, die mogen wel eens een lesje leren. Willie Wonka zorgt er persoonlijk voor.
 
Kauwende Violet en Casper Slok
Zo is er Violet Beauderest met een kauwgumverslaving.
 
‘Ik kauw de hele dag door behalve op etenstijd, dan haal ik ’t even uit mijn mond en plak het achter mijn oor. Om je de waarheid te vertellen zou ik me niet lekker voelen als ik niet de hele dag kauwgum in mijn mond had, echt niet. Mijn moeder zegt dat het niet damesachtig is en dat het lelijk staat als de kaken van een meisje de hele dag op een neer gaan zoals de mijne, maar ik ben het niet met haar eens. En wat heeft zij eigenlijk te vertellen als haar kaken ook de hele dag op en neergaan, net als de mijne, omdat ze iedere minuut van de dag tegen mij staat te schreeuwen.’ (p. 37)
 
Even stapt ze over op chocola, om de toegangskaart te vinden, maar zodra die buit binnen is rent ze weer vlug naar haar geliefde kauwgum. Casper Slok hoeft die switch niet te maken, hij at sowieso al bergen chocola.
 
‘Grote kwabbige vetlagen puilden uit ieder deel van zijn lichaam en zijn gezicht leek wel een monsterlijke deegbal, waaruit twee hebberige krente-ogen de wereld inkeken.’ (p. 29)
 
Verwacht van Roald Dahl geen meelevende beschrijvingen of analyses van iemand met een eetverslaving. Gelukkig maakt hij de verslaafde kinderen behoorlijk irritant, zodat je niet zo snel medelijden met ze krijgt. De ouders zijn nog erger, hun manier van opvoeden is waardeloos. De arme bloedjes kunnen er dus eigenlijk niets aan doen, we geven de ouders de schuld. Niet dat de kinderen er minder irritant van worden, maar het is prettig om ze daarnaast ook als slachtoffer te kunnen zien. Toch een beetje medeleven.
 
‘Ik wist dat Caspar de gouden wikkel zou vinden’, zei zijn moeder tegen journalisten. ‘Hij eet zo enorm veel repen iedere dag dat het haast onmogelijk voor hem was om er geen te vinden. Eten is zijn grootste liefhebberij, weet u, het is het enige dat hem interesseert. In ieder geval is het heel wat beter dan straatschenderij, katapultschieten of vechten, zeg ik altijd maar. En nietwaar, hij zou heus niet zoveel eten als hij doet, als hij er geen behoefte aan had. En chocola zit trouwens stampvol vitaminen.’ (p. 29)
 
Alleswillende Veruca en Joris Teevee
Veruca Pepers vader koopt alle repen die hij maar kan vinden. In zijn fabrieken laat hij z’n werknemers zoeken naar het goud. Hij vertelt:
 
‘Maar drie dagen gingen voorbij, en nog niks. O, dat was me wat. Mijn arme Veruca werd hoe langer hoe zenuwachtiger. Telkens als ik thuiskwam begon ze tegen mij te gillen: “Waar is mijn Gouden Toegangskaart. Ik wil mijn Gouden Toegangskaart!” En ze lag uren lang op de grond te trappelen en te krijsen, zodat we allemaal ongerust werden. Wel heren, het was voor mij zo afschuwelijk om mijn kleine meisje zo verdrietig te zien, dat ik zwoer dat ik net zo lang zou zoeken tot ik vond wat ze wilde.’ (p. 31)
 
Joris wil ook meer, vooral meer teevee. Hij vindt de vierde toegangskaart, journalisten drommen voor zijn huis, maar Joris Teevee laat zich niet van zijn liefhebberij afhouden.
 
            ‘Laat me toch,’ zei hij nijdig, ‘zien jullie dan niet dat ik naar de T.V. kijk.’ (p. 39)
 
Het rehab-avontuur
Zo gaan er vier verslaafde kinderen op ‘rehab’ in de fabriek van Willie Wonka. En Sjakie natuurlijk, die wint de laatste gouden kaart en gaat ook mee op avontuur. De vier verslaafden krijgen elk een gepaste ontwenningskuur. Casper Slok valt in de chocoladerivier, verstopt de hele pijp en wordt dan als een kanonsvogel afgeschoten. Violet Beauderest pakt een verboden, nog in de experimentfase verkerende, nieuwe bosbeskauwgombal en blaast zelf op tot een gigantische bosbesballon. Ze vult de hele zaal. Willie Wonka laat haar naar de vruchtensaphal brengen om haar uit te laten persen. Joris Teevee verandert in een klein teeveemannetje en wordt per televisie verzonden, die zien we nooit meer terug… Veruca wil per se nu en wel direct een eekhoorn hebben, maar de eekhoorns pakken haar en gooien haar het vuilnisgat in. Zo leren ze alle vier hun detox-lesje. Hun ouders in paniek en Willie Wonka heeft dolle pret. En het komt goed natuurlijk. Casper is zo samengeperst in de pijp dat hij zo slank als een rietje is geworden. Violet heeft een overdosis kauwgum gehad en hoeft even niet meer. Net zoals Veruca, die even de buik vol heeft van dingen willen. En Joris komt toch terug, langgerekt weliswaar, zo lang zelfs dat hij vast op een atletiekclub gaat en geen tijd meer heeft voor tv, zo denkt Willie Wonka tenminste. En Sjakie? Hij krijgt natuurlijk de hoofdprijs: de chocoladefabriek van Willie Wonka. Samen met zijn familie woont hij sindsdien tussen de Oempa-Loempa’s.