Spiegel of bril? Over diagnostische categorieën in de psychiatrie

In zijn Essays on Fashionable Diseases wees de Schotse arts James Makittrick Adair in 1786 op de invloed van een eerder verschenen boek over nervous diseases (van Robert Whytt, 1764). Vóór de publicatie van dat boek, schreef Adair, hadden mensen zelfs geen idee dat ze zenuwen hadden, maar ‘… a fashionable apothecary of my acquaintance, having cast his eye over the book, and having often been puzzled by the enquiries of his patients concerning the nature and causes of their complaints, derived from thence a hint, by which he readily cut the gordian knot – “Madam, you are nervous”; the solution was quite satisfactory, the term became fashionable…’

Ruim 200 jaar later schreef Gerard Reve in zijn roman Het boek van Violet en Dood (1996): ‘Ik ben vele jaren later, na die oorlog dus, door de publicaties van die knappe hoogleraar Bastiaans, lange tijd aan het bezettingssyndroom gaan lijden. […] Duizenden mensen […] kregen allerlei rare klachten zoals nachtmerries, geheugenstoornis, trilpoten, stottering en ga maar door, gewoon door die publicaties; en ik ook. Er kwamen speciale bureaus voor, compleet met coördinators en begeleiders […].’

Moeten psychiaters, psychologen, enz., zich dit nu aantrekken? Zijn GGZ-instellingen eigenlijk ook zulke bureaus, ‘compleet met coördinators en begeleiders’? En wat te denken van onze diagnostische concepten, ‘bezettingssyndroom’ en de DSM-categorieën: vangen ze de werkelijkheid of vormen ze die? Hebben we ze ontdekt in een vooraf gegeven wereld of hebben we ze gemaakt op grond van onze kijk op de wereld? Zijn ze een afbeelding in talige vorm van de structuur van de werkelijkheid zelf, of zijn ze gereedschap dat ons helpt om te gaan met de werkelijkheid? Natuurlijke soorten of sociale constructen? Een spiegel of een bril? Over deze kwestie wil ik iets zeggen in dit artikel. Voor de overzichtelijkheid bespreek ik de twee tegenover elkaar staande visies alsof ze keurig te scheiden zijn, maar of dat ook zo is, komt later nog aan de orde. Ik zal als voorbeeld vooral gebruik maken van Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD), de diagnostische categorie die in de kinder- en jeugdpsychiatrie het meest voorkomt.

- Edo (E.H.) Nieweg

 

Lees verder op p. 70 van nummer 56 van Waardenwerk. Nog geen abonnee? Klik hier.








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.